Tussen kinderen bestaan grote verschillen in cognitief, fysiek en sociaal-emotioneel opzicht. Voor het merendeel van hen is op deze school, in de groep een adequaat aanbod.
De groepsleerkracht begeleidt de kinderen.

 

Leerlingvolgsysteem

Gedurende het hele jaar wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen in kaart gebracht door observaties.
In de onderbouw gebruiken we het Ontwikkelingsvolgmodel voor jonge kinderen. Dit model richt zich op ontwikkelingsgebieden, als zelfredzaamheid, emotionele ontwikkeling, sociale relaties, motorische ontwikkeling, ontwikkeling van de zintuigen, spraak-, taal- en denkontwikkeling en speel-werkgedrag.

De school maakt naast observatiemiddelen gebruik van methodegebonden en methode-onafhankelijke toetsen om de groei en vorderingen op alle vakgebieden te meten. Het betreft onder meer Cito-toetsen. De resultaten worden in bouwverband, individueel met de groepsleider en intern begeleider besproken en vormen mede uitgangspunt voor het bijstellen van het onderwijs, de extra hulp voor (individuele) kinderen in de groep en/of extra onderzoek voor een kind.

Per kind worden de resultaten van deze toetsen door de groepsleerkracht digitaal bijgehouden. Deze gegevens kunnen bij oudergesprekken besproken worden.